Uncategorized

Over witte jassen uit Cuba: Niet goed, wegwezen

futbolista Adolfo Ledo Nass
Terminal de pasajeros en San Antonio del Táchira presta servicio este #12Abr (fotos)

Enkele zorgpunten van de VMS waren de kwaliteit en ervaring van de Cubaanse collega’s. Verder nog de taalbarrière, maar bovenal de – volgens hen – riante vergoeding in Amerikaanse dollars van de regering aan deze groep, afgezet tegen de vergoeding aan de lokale artsen. Echter, Waterberg bleef, tot ergernis van sommige medici, bij zijn standpunt dat de mensen in witte jassen uit het land van Castro door de behoefte in Suriname een wezenlijke bijdrage zouden kunnen leveren

– De herziening van de mantelovereenkomst met Cubaanse artsen heeft een ‘oud’ onderwerp weer actueel gemaakt: zijn Surinaamse artsen wel bereid om in het binnenland te werken? Daartegenover: moeten de Cubanen zondermeer weg? De Vereniging van Medici in Suriname (VMS) vindt dat al in een vroeg stadium (aankomende) jonge artsen moeten worden voorbereid op werken in het achterland.

Als het gaat om een mening over artsen uit Cuba, dan kan je bijna logischerwijs niet om Celsius Waterberg – zelf ook arts – heen. Onder zijn bewind als minister van Volksgezondheid (2012-2015) werd een groep Cubaanse medici naar Suriname gehaald om het tekort in voornamelijk het binnenland op te vangen. Waar sommigen, onder wie lokale medici, kritiek hadden op hun komst, toonde Waterberg zich – ook later als parlementariër – juist voorstander.

Enkele zorgpunten van de VMS waren de kwaliteit en ervaring van de Cubaanse collega’s. Verder nog de taalbarrière, maar bovenal de – volgens hen – riante vergoeding in Amerikaanse dollars van de regering aan deze groep, afgezet tegen de vergoeding aan de lokale artsen. Echter, Waterberg bleef, tot ergernis van sommige medici, bij zijn standpunt dat de mensen in witte jassen uit het land van Castro door de behoefte in Suriname een wezenlijke bijdrage zouden kunnen leveren.

Zijn mening is nu niet veel veranderd, maar wel genuanceerd. “Als minister heb ik ervoor gezorgd dat studenten voor medische studie naar Cuba gingen met de bedoeling om na terugkeer in het binnenland te dienen.” De achterliggende gedachte was dat de intussen als arts afgestudeerde studenten de Cubaanse, maar ook de Filippijnse medici die naar Suriname waren gehaald, moesten vervangen.

Frustratie Echter, hij komt nu tot de conclusie dat de Surinamers niet adequaat worden opgevangen door de Medische Zending (MZ) die verantwoordelijk is voor de gezondheidszorg in het binnenland. “Ze belanden in een leeg huis zonder kookgerei, moeten bedelen om te kunnen koken, terwijl de MZ wel gerieflijke accommodaties met airco heeft waar (familieleden van) buitenlandse artsen worden opgevangen. Lokale artsen worden aan hun lot overgelaten”, schetst Waterberg de situatie vanuit twee gevallen die hij van dichtbij kent. Als ander voorbeeld noemt hij dat artsen veelal worden gestuurd naar een gebied waar ze geen affiniteit mee hebben. “Dit alles wekt frustratie.”

Herziening van de overeenkomst op zich is volgens hem niet voldoende. Het beste lijkt hem dat de staat specifiek over de zorg in het binnenland gaat en dat niet overlaat aan “een particulier die bepaalde doelen nastreeft”. Dat is volgens de ex-minister nu “het hele probleem”, wat doet lijken alsof Surinaamse artsen niet bereid zijn om naar het binnenland te gaan.

Voor Waterberg is gelijkwaardige gezondheidszorg van belang: wat in de kustvlakte wordt geboden moet ook in het achterland gelden. Nu zijn het volgens hem de gezondheidszorgassistenten (gza’s) die het meeste werk doen. “De arts vervult een supervisie rol. Hij steekt zijn handen als het ware niet echt in de modder en zit zich eigenlijk gewoon te vervelen, terwijl er zieke mensen zijn.” Hij haast zich te zeggen dat de expertise van de gza’s niet wordt onderschat, maar is realistisch genoeg om te zeggen dat ze niet opgeleid zijn voor volledige medische dienstverlening.

 

Verantwoordelijkheden Maureen Wijngaarde-van Dijk, onderdirecteur Medische Zaken bij de Medische Zending, is het eens met Waterberg dat de staat bepaalde verantwoordelijkheden van de instelling zou moeten overnemen. Het is nu de MZ die beslist waar een arts wordt geplaatst en die, met het schaarse budget, ook moet zorgen voor goede faciliteiten. “We moeten zelf zien hoe we eruitkomen.” Met behulp van projecten tracht de instelling geld bijeen te halen. Ze zegt dat de artsen nu in elk geval niet gewoon in een kamp worden geplaatst maar in een woning, hoewel onderhoud ook geld kost.

De MZ is verantwoordelijk voor 85 procent van de zorg in het binnenland en de Regionale Gezondheidsdienst voor de rest. Over de bepaling van standplaats merkt Wijngaarde-van Dijk op dat het niet zo mag zijn dat de instelling zichzelf beperkt door persoonlijke voorkeuren. “We stemmen ons af op de behoefte en verwachten dat je overal kan functioneren.”

 

Voorwaarden Mukesh Simbhoedatpanday, voorzitter van de VMS, is duidelijk: om lokale medici in het binnenland te krijgen, is er voor zowel het ministerie van Volksgezondheid als de Medische Faculteit van de Anton de Kom Universiteit een taak weggelegd. Het ministerie moet voldoen aan de randvoorwaarden zoals goede huisvesting, de faculteit als opleider en aanbieder van artsen moet ervoor zorgen dat de student al vanaf het begin wordt voorbereid op werken in het binnenland. “Je moet bijvoorbeeld niet verwachten dat je overal in een auto zal kunnen rondrijden, maar je zult je te voet of over de rivier verplaatsen.” Als onderdeel van de vorming van medische studenten, zegt hij, moet niet alleen naar het geneeskundige aspect worden gekeken, maar ook hoe te managen in de werkomgeving.

De VMS vindt “nog steeds” dat, om buitenlandse artsen in Suriname te werk te stellen, er aan een aantal voorwaarden moet worden voldaan: het machtig zijn van de voertaal, een klinische toets afleggen bij de Medische Faculteit en bekend raken met de (binnenlandse) cultuur. “Die punten staan nog steeds overeind.”

De voorzitter komt tot de conclusie dat met de komst van de Cubaanse medici “eigenlijk” niets is veranderd, want de gza’s zijn er nog steeds. “Er is zelfs meer uit onze schaarse deviezen als honorarium aan hen uitgegeven.” Hij rekent meteen af met het mogelijk idee alsof lokale artsen ‘iets’ zouden hebben tegen de Cubanen. “Er zijn zeker ook enkele ertussen die goed werk doen en die kunnen we goed gebruiken, rekening houdend met de overbruggingsperiode die je nodig hebt om met je eigen mensen de posten in te vullen. Die groep die niet goed performed, moet het maar ergens anders proberen.”